22 november 2019 - Column Hans van Luijk

Deltaplan

Als Nederlanders zijn we gek op Deltaplannen. Een Deltaplan staat model voor een existentiële crisissituatie die ons allen bedreigd en waar we gezamenlijk de schouders onder zetten. Het verleden heeft bewezen dat we in zulke situaties veel kunnen in dit land en toekomstige bedreigingen geëlimineerd kunnen worden voordat ze ons schaden.

In onze tuinbouw dient zich momenteel een Deltaplan waardige crisis aan. Deze is nogal actueel en bedreigend. Hoe houden we onze planten en producten in de toekomst nog gezond? Dat wordt de grote uitdaging voor de tuinbouw in de komende 10 jaar. We lopen als sector op dit moment een steeds nauwer wordende steeg in, waar in de verte vaag een bordje opdoemt waarop staat dat de weg doodlopend is.

Waarom nu deze doembeelden zult u denken, zo een vaart zal het toch niet lopen? Ik ben bang dat het wel zo een vaart zal lopen. Alle seinen voor onze gewasbescherming staan op dit moment op rood. Er komen in een steeds hogere frequentie nieuwe insecten en plantenziekten bij in Nederland. Vaak worden deze ziekten meegesleept door de vele internationale contacten die we tegenwoordig hebben. Daarnaast is de overheid zeer ijverig in het kleiner maken van het beschikbare middelenpakket en doof gebleken voor de noodkreten uit de sector. Aan de andere kant is de research en ontwikkeling van nieuwe biologische middelen onder de maat en bieden helaas te weinig soelaas. Nieuwe biologische insectenbestrijders komen te weinig op de markt en zijn bovendien ongeschikt wanneer er besmettelijke virussen opduiken die door insecten verspreidt worden.

Zoals u ziet staan alle signalen op rood. De oude vertrouwde aanpak van biologische bestrijding en correctiemiddelen zal ons deze keer niet helpen. Een nieuwe ketenbrede aanpak is nodig. Een soort Deltaplan dus. Een plan waarbij we over 10 jaar geen chemische gewasbeschermingsmiddelen meer gebruiken. Hierbij hoeven we niet naar de overheid te kijken. Onze overheid grossiert momenteel in ondoordacht en desastreus beleid en zal eerder een sta in de weg blijken te zijn. De sector zal zelf de mouwen uit de handen moeten steken.

Het belangrijkste is dat we paradigmawissel tot stand kunnen brengen. Definitief breken met het verleden en een nieuwe weg in slaan. En daar hebben we iedereen bij nodig. De Greenports voor de noodzakelijke financiering, onze belangenbehartigers voor het wegnemen van drempels bij de wetgever, de WUR voor fundamenteel onderzoek, de grote chemiefabrikanten voor nieuwe niet-chemische middelen, de leveranciers van biologische bestrijders voor nieuwe predatoren, kassenbouwers voor insecten werende kassen, Hightech bedrijven voor scoutrobots en zelfstandig opererende drones en robots. Werkelijk iedereen in de sector zal aan boord moeten komen om een geheel nieuwe aanpak te ontwikkelen.

Maar het zal beginnen bij de teler. Deze zal als eerste moeten aangeven dat hij dit probleem onderkent en concrete aanpassingen in zijn gewasbeschermingsaanpak wil. Dan zal de gehele sector volgen en staan we over 10 jaar niet meer in een doodlopende nauwe steeg maar op een vierbaans snelweg richting de toekomst.